

+23Kontinente:EU1. Lebendfotos
1.1. Falter
2. Diagnose
2.1. Männchen
2.2. Geschlecht nicht bestimmt
2.3. Raupe
2.4. Genitalien
2.4.1. Männchen
2.4.2. Weibchen
2.5. Erstbeschreibung
3. Biologie
3.1. Nahrung der Raupe
- [Polygonaceae:] Polygonum aviculare agg. (Vogel-Knöterich)
- [Polygonaceae:] Polygonum arenarium (Sand-Vogelknöterich)
- [Polygonaceae:] Persicaria lapathifolia ? [= Polygonum lapathifolium ?] (Ampfer-Knöterich ?)
Nach Stainton (1870) und Emmet et al. (1996) leben die Raupen an Vogelknöterich (Polygonum aviculare). Die Pflanze ist an ruderalen Standorten und Wegrändern zu finden. Die Eiraupen fressen sich in die Blüten der Nahrungspflanze ein und verursachen die Bildung einer Galle.
Nach Zuchtbeobachtungen von [Jukka Tabell] trennt die Raupe, sobald sie ausgewachsen ist, die bewohnte Galle ab und nutzt sie als tragbares Wohngehäuse. Dies gelingt jedoch nur unter annähernd natürlichen Bedingungen und nicht an welkenden Pflanzenteilen.
Baldizzone (2019: 40) nennt neben Polygonum aviculare noch Polygonum arenarium und Polygonum lapathifolium als weitere Nahrungspflanzen. Der Sand-Vogelknöterich gehört in die nahe Verwandschaft von Polygonum aviculare und passt mit seiner Wuchsform (am Boden anliegende Rosetten) und dem Standort (offene Sandböden in warmer Lage) bestens ins Raster der Faltervorkomen. Bei Polygonum lapathifolium besteht hingwegen der Verdacht, dass es sich nur um eine Fütterugspflanze bei der Zucht handelt.
(Autor: Erwin Rennwald)
4. Weitere Informationen
4.1. Andere Kombinationen
- Elachista aeratella Zeller, 1839 [Originalkombination]
4.2. Synonyme
- Glyphipteryx metallella Stephens, 1835
4.3. Faunistik
Muus (2026: 12) streicht die Art - völlig zu Recht - für Belgien und begründet: "De Belgische online catalogus vermeldt de soort uit de prov. Luxemburg en geeft Dufrane (1945) als eerste vermelding. Deze publicatie is echter een bespreking van een hele reeks van “zoektips” en Dufrane stelt, dat men uit zou moeten kijken naar A. aeratella, die als rups op Polygonum leeft. Het artikel vermeldt geen locatie, dus het is onduidelijk waar de provincievermelding op gebaseerd is. Ook komt de soort niet in oudere catalogi voor. Er is wel een later uit de provincie Luxemburg verzameld exemplaar, uit 1977 bij Rabais. Dit exemplaar staat ook in de Belgische online catalogus afgebeeld en toont echter Coleophora lutarea (Haworth, 1828), de grijze muurkokermot. Er is dus geen bewijs van het voorkomen van aeratella in België."
(Autor: Erwin Rennwald)
4.4. Literatur
- Baldizzone, G. (2019): Fauna d’Italia. Vol. LIII. Lepidoptera Coleophoridae. - XVII + 907 S.; Milano (Calderini).
- Emmet, A.M., Langmaid, J.R., Bland, K.P., Corley, M.F.V. & J. Razowski (1996): Coleophoridae. - S. 126-338. In: Emmet, A.M. [Hrsg.](1996): The moths and butterflies of Great Britain and Ireland. Volume 3. Yponomeutidae - Elachistidae. - 452 S.; Colchester, Essex.
- Muus, T. (2026): Onterecht gemelde soorten Microvlinders in Nederland en België (verfolg) - Espèces de Microlépidoptères signalées par erreur aux Pay-Bas et en Belgique (suite). — Franje, 29 (57): 10-14. [PDF auf sectieterhaar.com]
- SCHÜTZE (1931): 85
- Stainton, H. T. (1870): The natural history of the Tineina 12: [I-VII], 1-259, pl. I-VIII. London (John van Voorst) – Paris (Deyrolle) – Berlin (E. S. Mittler und Sohn). — Digitalisat auf archive.org: [120-125], [pl. IV fig. 2].
- Erstbeschreibung: Zeller, P. C. (1839): Versuch einer naturgemäßen Eintheilung der Schaben. — Isis von Oken 1839 (3): 167-220. Leipzig (Brockhaus).





































